Waarom verkleurt de vacht van een zwarte kat?
Het moment waarop je het ineens ziet, kan best schrikken zijn. Je kijkt naar je kat, die altijd diepzwart was, en merkt dat de vacht niet meer hetzelfde oogt. Er zit een bruine gloed in, soms zelfs rossig of roestkleurig. Alsof het zwart langzaam vervaagt. Veel eigenaren vragen zich dan af of hun kat ziek is, of dat ze iets verkeerd doen. In de meeste gevallen is die ongerustheid niet nodig, maar de verkleuring vertelt wél een verhaal. De vacht van een kat is namelijk een spiegel van wat er van binnen en van buiten gebeurt.
De zwarte vachtkleur van een kat wordt bepaald door het pigment eumelanine.
Dat pigment wordt aangemaakt in de haarzakjes en is afhankelijk van genetische aanleg, voeding, hormonen, gezondheid en invloeden van buitenaf. Wanneer één of meerdere van die factoren veranderen, kan ook de kleur van de vacht veranderen. Dat gebeurt vaak geleidelijk, waardoor het pas laat wordt opgemerkt.
Een van de meest voorkomende en tegelijk meest onderschatte oorzaken van verkleuring is zonlicht.
Zwarte katten die graag in het zonnetje liggen, bijvoorbeeld op de vensterbank of buiten in de tuin, krijgen te maken met UV-straling. Die straling breekt eumelanine langzaam af. Het gevolg is dat het diepzwarte pigment minder intens wordt en de ondertoon zichtbaar wordt. Dat uit zich in een warme bruine of roodachtige gloed, vooral op de rug en flanken. Precies de plekken die het meeste zon vangen. Het is vergelijkbaar met zwarte kleding die na een zomer in de zon vaal wordt. Dit proces is volledig natuurlijk en onschuldig, maar wel blijvend zolang de haren niet worden vervangen door nieuwe.
Voeding speelt daarnaast een enorm belangrijke rol, en dit is een factor die vaak wordt onderschat.
Voor de aanmaak van melanine heeft een kat voldoende hoogwaardige dierlijke eiwitten nodig. Met name de aminozuren tyrosine en fenylalanine zijn essentieel. Deze aminozuren zijn bouwstenen voor pigment. Wanneer een kat structureel te weinig van deze stoffen binnenkrijgt, kan het lichaam simpelweg niet genoeg zwart pigment aanmaken. De haren die dan groeien, bevatten minder eumelanine en ogen daardoor bruin, roestkleurig of dof. Dit zie je vooral bij katten die voeding krijgen met een laag vleesgehalte, veel plantaardige eiwitten of voeding die net aan “compleet” is, maar biologisch gezien niet optimaal aansluit bij de behoeften van een obligate carnivoor. Ook bij langdurig voeren van een eenzijdig of onvolledig dieet kan dit probleem ontstaan. De vachtverkleuring is dan vaak één van de eerste zichtbare signalen dat het lichaam ergens tekortkomt. Een kat kan zich verder nog prima gedragen, waardoor de link met voeding niet direct wordt gelegd.
Naast zonlicht en voeding speelt ook de levenscyclus van de vacht een rol.
Tijdens de rui wordt oude vacht zichtbaar en vervangen door nieuwe haren. Oude haren hebben vaak meer zon gezien, meer wrijving ondervonden en meer te verduren gehad. Ze verliezen glans en pigment en kunnen daardoor lichter ogen. Zeker bij zwarte katten valt dit extra op. Wanneer de rui voorbij is en de nieuwe vacht volledig is doorgekomen, zie je vaak dat de kleur weer dieper en egaler wordt, mits de omstandigheden – zoals voeding en verzorging – goed zijn.
De conditie van de huid en vacht is eveneens van invloed.
Een vacht die niet optimaal wordt verzorgd, kan dof lijken en daardoor sneller verkleurd ogen. Ophoping van talg, vuil of huidschilfers verandert de lichtreflectie van de haren. Klitten en beginnende vervilting zorgen ervoor dat de vacht niet meer luchtig valt, waardoor de natuurlijke glans verdwijnt. Bij oudere katten, katten met pijn of katten die zichzelf minder goed wassen, zie je dit effect vaak sterker. De kleurverandering is dan niet altijd echt een pigmentprobleem, maar een optisch gevolg van een verminderde vachtkwaliteit.
Ook de algehele gezondheid van een kat mag niet worden onderschat.
Chronische stress, hormonale veranderingen of onderliggende aandoeningen kunnen de haarcyclus verstoren. Het lichaam kiest er in zulke situaties voor om energie te sparen, en vacht en pigment staan dan niet bovenaan de prioriteitenlijst. De vacht wordt doffer, soms dunner en kan van kleur veranderen. In deze gevallen zie je meestal ook andere signalen, zoals meer verharen, een verminderde eetlust of veranderingen in gedrag. De verkleuring staat dan zelden op zichzelf.
Supplementen kunnen een ondersteunende rol spelen, maar ze zijn geen wondermiddel.
Omega 3-vetzuren kunnen bijdragen aan een betere huid- en vachtconditie, mits ze van goede kwaliteit zijn. In mijn advies geef ik de voorkeur aan krillolie of sardineolie boven standaard visolie, omdat deze vaak schoner en stabieler zijn. Toch blijft het belangrijk om te benadrukken dat geen enkel supplement een slechte basisvoeding kan compenseren. De fundering moet altijd kloppen.
Wanneer je alles samenneemt, wordt duidelijk dat een verkleurde vacht bij een zwarte kat meestal geen toeval is,
maar het resultaat van meerdere invloeden die samenkomen. Zonlicht, voeding, rui, verzorging en gezondheid grijpen voortdurend in elkaar. De vacht laat zien hoe het lichaam zich aanpast aan zijn omgeving en omstandigheden De sleutel tot een diepzwarte, glanzende vacht ligt bijna altijd bij goede, soortspecifieke voeding met voldoende dierlijke eiwitten, gecombineerd met passende vachtverzorging en aandacht voor het welzijn van de kat. Zie verkleuring daarom niet alleen als iets cosmetisch, maar als waardevolle informatie.
Twijfel je of de verkleuring bij jouw kat normaal is, of wil je laten meekijken naar voeding en vachtconditie? Dan denk ik graag met je mee.
Blog geschreven door Susanne Waterkott – Kattentrimsalon Felis